Wat te doen als de klant steeds meer eist?
Verslag faculteitslezing 10 februari 2010
Inleiders prof.dr.ir. Paul Grefen en dr.ir. Rik Eshuis
Verbetering van de performance van de eigen organisatie is hét aandachtspunt dat bij veel bedrijfskundigen boven op de agenda staat. Doorlooptijdverkorting en tegelijkertijd verbetering van de leverbetrouwbaarheid en bedrijfseconomische performance zijn schijnbaar onverenigbare grootheden. Toch hebben Paul en Rik de uitdaging aangenomen om voorervaren bedrijfskundigen een beschouwing te geven welke modellen en technieken ondersteuning kunnen bieden bij het aangaan van de uitdaging.
Paul begint zijn verhaal met de boodschap dat alles wat een ander beter kan moeten we niet zelf willen doen. We moeten proberen een zodanige vorm van samenwerking aan te gaan dat beide partijen er op korte en langere termijn hun voordeel mee doen. Om vorm te geven aan de verschillende vormen van samenwerking, beschrijft Paul aan de hand van modellen hoe je kunt migreren van een organisatie die alles zelf doet naar een organisatie die onderdeel uitmaakt van een netwerk van samenwerkende organisaties.
Het illustrerende voorbeeld van Paul is de transitie van Ford die in 1910 alle kleuren voor een T-Ford kon leveren zolang ze maar zwart waren naar een organisatie waarin je een auto met alle opties geheel naar eigen wens samen kunt stellen achter het internet. Het kenmerkende van de Ford organisatie in 1910 was dat Ford alles zelf produceerde in de eigen organisatie. Het produceerde de auto vanaf de staalproductie langs alle onderdelen tot en met de eindassemblage en distributie. Vandaag de dag is geen enkele auto-industrie meer zo vergaand verticaal geïntegreerd. Naar de toekomst toe ziet Paul nog steeds een toenemende verschuiving van taken van de autofabrikant naar haar toeleveranciers. De achterliggende reden zijn het spreiden van het investeringsrisico over meerdere partijen, het verlagen van de kosten door synergievoordelen, het focussen van het management op hun gespecialiseerde producten en diensten, het vergroten van de flexibiliteit door het beter managen van de onderdelen.
Paul duidt aan dat het uitbesteden van onderdelen naar zelfstandige organisaties ook vraagt om een extra afstemming over de gehele keten. Alle samenwerkingsmodellen die Paul toelicht vragen om een afstemming over de keten heen. De afstemming vindt in belangrijke mate plaats voordat er enig product besteld is. Paul geeft aan dat het belangrijk is om de samenwerkingsverbanden op te stellen met ondersteuning van een goede architect. Immers, de flexibiliteit wordt niet alleen bepaald door de interne structuur en performance van de organisaties maar vooral door de wijze waarop de aansturingslijnen tussen de organisaties vorm gegeven is.
Rik geeft aan hoe in een Europees onderzoeksproject aan de hand van een casus van MAN een model ontwikkeld is voor leveranciersselectie. In het model worden leveranciers op een tiental criteria beoordeeld. Afhankelijk van de doelstellingen die je als organisatie wilt bereiken, is het model getoetst bij de inkoopafdeling van MAN op toepasbaarheid. Het model is ondersteund met een informatiesysteem om het beoordelingsproces te ondersteunen. Het onderzoeksproject heeft bij MAN geleid tot belangrijke inzichten om hun organisatie flexibeler in te gaan richten met kortere doorlooptijd en een beter performance.
Na de lezing hebben de inleiders en de toehoorders in Villa BdK bij een borrel nog gezellig nagepraat met elkaar.
Bij de TU/e wordt in de groep van Paul verder onderzoek gedaan naar dynamisch virtuele ondernemingen. De vakgroep doet onderzoek dat ze ook graag in de praktijk wil toetsen. Ondernemingen die interesse hebben in samenwerking met de TU/e op het gebied van uitbestedingsrelaties, kunnen contact opnemen met Paul Grefen.